LCC – kostenanalyses

In de ontwerpfase worden de belangrijkste keuzes gemaakt ten aanzien van de beschikbaarheid en onderhoudskosten van onze infrastructuur. Dan spelen er vragen als ‘moet het viaduct als 2×1 of 2×2 worden gerealiseerd?’, ‘moet er voor een brug of aquaduct gekozen worden’ en ‘als het een brug wordt, is die dan van staal, beton of kunststof?’. Maar ook in de gebruiksfase spelen beschikbaarheid, onderhoudskosten en restlevensduur een belangrijke rol bij de keuzes, ‘is vervanging van de brug wel rendabel ten opzichte van versterking met groot onderhoud?’.

 
Wagemaker heeft de benodigde praktische kennis en de kwalitatieve ontwerpkracht om deze keuzes te onderbouwen. Zo zorgen wij ervoor dat kunstwerken een duurzame investering zijn.

Wagemaker maakt hiervoor gebruik van de Standaardsystematiek Kostenramingen 2010 (SSK-2010), zo wordt een eenduidige kostenraming opgesteld. Door gebruik te maken van de Publicatie 137 van de C.R.O.W. wordt de presentatie- en communicatiewijze eenduidig en transparant gerapporteerd.

Om een goed beeld te krijgen van de integrale kosten van een object is het bepalen van Life Cycle Costing (LCC) noodzakelijk. De stichtingskosten en onderhoud- en instandhoudingskosten, met daaraan toegevoegd de herinvestering aan het eind van de technische levensduur, zijn van belang om een goed onderbouwde investeringsbeslissing te kunnen nemen en de onderhoudskosten per jaar te onderbouwen.
 

Jan-Willem Alberts

Jan-Willem Alberts

Hoofd vakgroep Contractvoorbereiding